Aandeel flexibele schil flink gegroeid

Het aandeel van de flexibele schil is van een kwart naar een derde van de totale beroepsbevolking in tien jaar fors gegroeid. Dit maakte De Nederlandsche Bank (DNB) bekend door middel van een gepubliceerde analyse gebaseerd op basis van cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Onder flexibele schil worden zzp’ers en flexwerkers (werknemers met een tijdelijk contract, payrollers en uitzendkrachten) verstaan.

Stijging flexibele schil

De flexibele schil, als onderdeel van de totale beroepsbevolking, steeg met 10 procentpunt naar 35 procent tussen 2005 en 2015. Echter ging dit ten koste van mensen met een vast dienstverband. Het aandeel vaste arbeidscontracten nam immers met hetzelfde percentage af tot 62 procent van de totale beroepsbevolking.

Het gestegen aandeel van de flexibele schil heeft niets te maken de financiële crisis volgens DNB. De gemiddelde jaarlijkse snelheid van de flexibilisering van de arbeidsmarkt is tussen 2003 en 2015 ongeveer net zo hoog gebleven (1,4 procent) als de jaren erna (1,3 procent).

Beroepsgroepen

Flexibilisering komt bij bijna alle beroepsgroepen voor, hoewel er onderling duidelijke verschillen zijn. Bij beroepsgroepen als bouwvakkers, onderwijzers en sportinstructeurs is een groei van flexibilisering waarneembaar. Bij hulpkrachten in de landbouw en in de beveiligingsbranche ligt de snelheid van de flexibilisering lager.

Tussen hoger en lager opgeleiden is ook sprake van een verschil. De mate van flexibilisering neemt toe naargelang het beroepsniveau daalt, laat DNB weten.  De verschuiving van vast naar flex werken is bij werknemers zonder opleiding het grootst.

De centrale bank is van mening dat meer flexwerkers niet resulteert in een daling van het aantal arbeidsplaatsen. “Sterker nog, in elf beroepen waar sprake is van flexibilisering, is de afgelopen tien jaar het aantal werknemers met een vast dienstverband gegroeid”, aldus DNB.

De centrale bank concludeert dat de flexibilisering van de arbeidsmarkt niet in elke sector hetzelfde is. Tussen beroepen en niveaus zijn er uitdrukkelijke verschillen.